Creativiteit in acht dagen. De ‘creatieve arbeider’ in een platte wereld (deel 2: dag 5-8)

In 2013 verscheen het Mondriaan-Fondsessay ‘Creativiteit en andere fundamentalismen’ van cultuursocioloog Pascal Gielen. Hij legt de ontwikkeling van het begrip creativiteit uit in ‘acht dagen’. In een eerdere blog zien we wat de bedoeling van het essay is en kijken we naar dag 1 tot en met 4. Hier komen dag 5 tot en met 8 aan bod.

Dag vijf
Personificatie is het thema van dag vijf. Falen of slagen wordt steeds meer aan individuele kenmerken toegeschreven, om het systeem (zoals de casino-economie, de entertainmentindustrie, etc.) van kritiek te verschonen. De nadruk op individualiteit (persoonlijke ambities, genialiteit, etc.) voedt de keuze voor promotionele acties, wedstrijden en prijzenfestivals. Kritische distantie over wat er wordt gemaakt en getoond, wordt in het nauw gedreven. Creatie die steunt op kritische distantie, op het even boven de samenleving en cultuur staan, wordt de uitzondering. De massamedia hekelen dit elitaire, verhevene, het andere en ‘cultiveren een politiek correct barbarisme’.  Er ontstaat een link tussen massamedia, barbarisme en populisme. De nadruk komt in deze driehoek te liggen op een goed communiceerbare variant van een ‘gedeelde cultuur die mag’, de gemene deler in ‘ons’ collectief geheugen, ‘ons’ erfgoed, kortom op het homogeniseren van cultuur op het niveau van het volk en zo op het nationaal eigene (Dutch Design!). De massamedia, inclusief het internet, houden zo een ‘marktveilige’ variant van cultuur op die politiek correct is, die, anders gezegd, voldoet aan de grootste gemene verwachting van de gemiddelde cultuurconsument.

Dag zes
Daar staan we dan bij het aanbreken van dag zes: een wereld met flexibele kunstondernemers die de middelmaat tot grootste goed hebben verheven en een ‘toenemende meute piraten’ die op zoek zijn naar eilanden waar ze diepgang kunnen vinden. Bij de laatsten zit de creativiteit, het vermogen om tijdens crises ‘over te gaan tot ander gedrag’. Om soms in de rol van ‘grapjas’ aan te tonen wat de denkfouten in de werkelijkheid zijn, wat, als de grap serieus wordt genomen, kan leiden tot een echte breuk in de tot dan toe geleefde cultuur. Dat kan juist met kunst omdat daarin de werkelijkheid kan worden overstegen en een nieuwe kan worden geschapen. Daarmee veronderstelt creativiteit het tijdelijk onttrekken aan de cultuur, betekent het isolatie, een afwezigheid van een sociaal netwerk of het team. (Team work komt er slecht vanaf bij Gielen, want teams remmen met hun regels creativiteit alleen maar af en maakt het de middelmaat tot maat; maar dit is hier een zijdelings onderwerp, zoals hij er vele aansnijdt, op elke pagina wel een aantal.) Pas dan is ‘creatieve destructie’ mogelijk. Gielen waarschuwt voor een proces waarin creativiteit omwille van creativiteit bestaat, beweging om de beweging waarmee wordt behoed dat men toekomt aan het afstand nemen, het tijdelijk ontsnappen aan de cultuur en daarmee aan het werkelijk veranderen ervan.

Dag zeven
De wereld staat altijd open op deze zevende dag. Creatieve en intellectuele arbeid zijn verbannen naar de vrijetijd, buiten de werkuren, waar ze het karakter van de beoefening van een hobby hebben. Tijdens werktijd leren kunstenaars en wetenschappers ondernemen, zijn ze bezig met het verkopen van hun producten, krijgen ze bijles in het invullen van formulieren, en om een eigentijdse variant aan Gielens betoog toe te voegen, leren ze pitchen en wedstrijden winnen. De paradox is dat ze niet leren ondernemen, iets dat nog een aura van scheppingsdrang heeft, maar dat ze eerder leren managen, leren omgaan met hoe je liefst meetbare zaken vormgeeft en doelmatig vermarkt. Er is geen aandacht voor het scheppen zelf, tenslotte dient het scheppende werk zelf buiten werktijd te gebeuren. Met het beslag op vrije tijd en privétijd wordt de klassieke rustdag opgeheven, de dag om te bezinnen, te luieren, na te denken, je te vervelen (een prikkel voor creativiteit). Het behoedt mensen van de mogelijkheid om te komen tot iets dat werkelijk hoger, in Gielens termen, verticaal is. Wat nu?, moet de opdrachtgever van het essay zich hebben afgevraagd. Gielen plakt er nog een aantal pagina’s aan vast en komt met een toegift. Geef de creativist de ruimte, de grappenmaker, diegene die zicht terugtrekt, die autonoom wil zijn, al is dat een eenzaam en precair proces nu allerlei instituties dit tegenwerken. Ga de straat op en eis een Zondag, een compleet lege dag.

Dag acht
[Deze dag is leeg gelaten. Het is tenslotte rustdag]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *